Dit is een interview dat ik in 1991 heb gehouden met Jan Schreiner in zijn huis in Purmerend.
Rplus..., Jan
Schreiner
Na een half uur lopen ben ik eindelijk bij het huis van Jan
Schreiner. Na binnenkomst loodst hij mij naar boven en stelt voor om elkaar
te tutoyeren.
Ik wil beginnen met te vragen of u met een nieuw boek bezig
bent.
Ja ik heb er één af ja. Dat heb ik van de winter gemaakt.
Vrij groot boek. De Kunst van het Kunstaasvissen. Ik ben destijds, dat is
vijftig jaar geleden, begonnen met de kunst van het snoeken. Toen was jij nog
niet geboren denk ik. Ik zat met dat kunstaas…………de Kunst van het Kunstaasvissen.
Het is een vrij dik boek. (Jan loopt naar de kast en wijst een boek aan.)
Zoiets boek wordt het met wat
kleurenplaten erin. Je kent dat wel die moderne boeken.
Op een bepaald moment heb je "Vliegvissen Nieuwe
Stijl" geschreven. Was er een speciale aanleiding voor dat boek?
Ja, ja, moet je luisteren weet je wat het is? (Jan loopt
weer naar de kast en zoekt in een reeks oude boekjes naar een boekje over
vliegvissen. Hij kan het niet vinden.) Dat was het eerste boekje in de
Nederlandse taal. Dat is jammer. Gejat blijkbaar.
Als je een boek maakt, dat is vrij veel werk. Soms moet je
er wel een jaar, soms twee, soms wel eens drie jaar voor uittrekken. Er moet
een gat in de markt zijn. Ik zou er nou niet aan denken, afgezien dat ik er
de capaciteiten niet voor heb, met een boek over karper te komen. Dat raak je
aan de straatstenen niet kwijt. Dus dat boek van Kees Ketting Vissen, Vliegen,
Vangen ... dat was uitverkocht, toen heb ik nog een tijdje gewacht, er kwam
geen tweede druk, dan spring ik er maar in. Ik heb nooit een planning. Ik heb
het in mijn kop zitten, maar ik weet niet waar het naar toe gaat, het is net
een roman, ik zie wel. Het idee komt er wel uit. Soms ontstaat een boek in
een gesprek. Twee maanden geleden had ik een gesprekje. Ik sta af en toe nog
wel eens in de zaak, als het mij uit komt. Dat wil ik niet missen. Je hele
wereld wordt kleiner, als je ouder wordt. Ik realiseerde me ineens dat we het
over een onderwerp hadden, dat verschrikkelijk boeiend kan zijn. Waar nog nooit
een letter over geschreven is. Daar ben ik nu mee bezig.
Hoe lang heb je gedaan over "Vliegvissen Nieuwe
Stijl" ?
Dat heb ik in drie maanden geschreven. Als ik aan een boek
begin zeg ik tegen John: "De eerstkomende zes of zeven maanden ben ik er
niet." Een boek schrijven is een dagtaak. Ik werk vreselijk
systematisch. Ik sta behoorlijk vroeg op. Half zeven, zeven uur. Dan ga ik
ontbijten, naar boven toe (zijn werkkamer ligt op de eerste verdieping). Dan
werk ik door tot een uur of vijf. Ik drink alleen een paar koppen koffie en
eet een paar broodjes tussendoor. Zo werk ik zeven dagen per week. Zaterdag
en zondag ook. Ik beschouw het als een vak.
Ik kom in de
eerste plaats naar je toe omdat je schrijver bent.
Ik moet je eerlijk bekennen, ik ben gek op lezen. Als kind
ben ik met lezen begonnen. Rijp en groen. Karl May, Goethe alles door elkaar.
Ik krijg nog wel eens boeken in mijn handen en dan zeg ik tegen mezelf Jan,
ik begrijp niet hoe je achter de schrijfmachine durft te gaan zitten, jongen.
Maar je wordt zo geboren. Je kan er niets aan doen. Ik heb twee liefdes in
mijn leven gehad. Dat is al heel jong begonnen. Dat is vissen en taal. Ik ben
gek op taal. Destijds toen ik heel jong was al, was ik gefascineerd door
taal. Met zo'n klootzakkerig paar rot lettertjes kun je zulke enorme dingen
doen, als je dat verstaat natuurlijk. Ik heb het altijd geprobeerd. Je kunt
er zulke prachtige dingen mee doen. Je kan emoties losmaken, je kan mensen
een heel mooi idee geven.
Ben je met een nieuw boek bezig?
Dat mag je wel weten, we zitten nou toch gezellig te praten,
ik ben nou een boek aan het schrijven over dikke en dunne lijnen. De laatste
paar jaar heb ik veel geëxperimenteerd, vooral in Ierland. De manier waarop
een vis reageert, als je hem aan extreem dunne lijn hebt of als je hem aan
een extreem dikke lijn hebt. De snoek is in Ierland vijf keer sterker dan
hier. De brasem is er drie keer zo sterk. Die hebben wij in de Shannon op
stromend water dus, met 10/100 zitten vangen. Dat gaat makkelijker dan met
22/100. Het duurt drie minuten, langer niet. Dat gelul van stress en je put
ze uit, het beest weet niet eens dat hij vast heeft gezeten, eerlijk niet,
daar ben ik nu over aan het schrijven.
Wat ik nou graag mag doen in Ierland is ultralicht spinnen
op baars. Dat vind ik de mooiste visserij die er bestaat. In de Shannon. Wat
gebeurt er een keer, ik loop vast
aan de grond, en het is een vis, een snoek van dertien en een half pond op
14/100 en zo'n klein spinnertje. Mijn mooiste snoek die ik ooit gevangen heb.
Een Ierse snoek, signaalgroen. Er zijn Ieren die hem op 40/100 vergokken
hoor.
Wat de doorsnee visser nog niet door heeft en wat ik denk
dat ik wel door heb, dat is het samenspel tussen die lijn en die hengel, maar
dat moet ook zo zuiver zijn, ze hebben het wel over progressief en ze zeggen
dat is een hengel die helemaal doorbuigt, maar dat is niet zo, nee
progressief is centimeter voor centimeter in kracht toenemen. En dan met de
juiste lijndikte erop, daar kan geen vis tegen op.
Je hebt geen andere dingen gepubliceerd buiten het vissen
om?
Ja, nee, ja korte verhalen. Die waar een rooie draad
doorheen loopt over vissen staan in de "Gouden Krab". Daar staan
zeker vijftien verhalen in die niet over vissen gaan. Ik denk altijd in die
richting. Mijn eerste verhaaltjes, toen was ik vijftien of zestien jaar.
Vroeger had je drie bladen: het Stuiversblad, De Lach, en Het Amuzantje een
weekblad. Die kostten toen een dubbeltje, mijn moeder was toen in die tijd
ziek, iedere week stond daar in: een knaak voor het beste korte verhaal. Dat
heb ik zo'n zes of zeven keer
gehad. Toen heb ik ook nog
geschreven voor een damesblad.
Ik denk dat de "Gouden
Krab" het boek is dat de
meeste emoties losmaakt.
Het kan toeval zijn maar ik heb vrij kort na de publicatie
van dat boek, ik praat er nooit
over, je komt nou op dat punt, het volgende meegemaakt: Er kwam op een
ochtend, het is al jaren geleden hoor, een meneertje in de zaak en die deed
nogal pathetisch, handje schudden: "Dag mijnheer Schreiner", dat
ligt mij niet zo. Hij zegt: "Mijnheer Schreiner ik wil u zo graag
bedanken he, U hebt mijn leven gered, U weet het niet, maar u hebt mijn leven
gered. Ik zal u het verhaal vertellen, anders denkt u dat ik gek ben. Ik lag
in het ziekenhuis, hele zware operatie, ik was aan de beterende hand, maar ik
had er geen zin meer in, het interesseerde me niets meer. Mijn zoon bracht
een boek mee: de "Gouden Krab". Daar heb ik in zitten lezen, de
volgende dag weer en de volgende dag weer, als ik het uit had begon ik weer
opnieuw, toen kreeg ik zo'n... zo'n... ik kan het niet onder woorden brengen,
dat wat ik daar in las, ik wou weer gaan vissen, ik ben ervan overtuigd dat
dat me beter heeft gemaakt, want toen had ik er wel weer zin in."
In Nederland ligt het zo: als je twee centimeter langer bent
dan het grashalmpje naast je, dan staat er ogenblikkelijk een hele rij kerels
klaar met de zeis om je je kop af te hakken. Dat is niet altijd leuk, maar
.... deze mensen als je dit nou weer eens hoort vergoeden ineens alles. Hier
heb je het eigenlijk voor gedaan. Dat is een heel fijn gevoel.
Ik besteed er ook zo ontzettend veel tijd aan. Ik bedoel
daar liggen een paar pagina's voor een nieuw boek. Een pagina is vijftien
kladvelletjes. Elk velletje wat je hier ziet is vijftien velletjes. Ik zet
het op de machine, ik corrigeer het, ik zet het op de machine... Nou kijk
maar. (Jan laat me zijn half met papier gevulde prullenbak zien.)
Je werkt niet met een tekstverwerker?
Tot voor drie maanden heb ik op zo'n grote elektrische
jongen gezeten. Weet ik hoe dat heet, een moordmachine. Daar was ik aan
gewend. En nou heb ik een nieuwe moeten kopen. Wat moet ik met een
tekstverwerker, ik heb zo verdomd weinig werk. Ik heb een periode gehad, dat
was in de periode van Flitsend Nylon, werkte ik voor zeven dagbladen. Voor Tussen
de rails, voor een doktersblad, voor Vizier, voor dit, voor dat, toen zat ik
tot zover in het werk. Als ze er toen waren geweest, had ik er een gekocht.
Ik heb nou een elektronische machine, vind ik een pokkeding, ik wou dat ik
die ouwe had gehouden.
In "Vliegvissen Nieuwe Stijl" schrijf je op een
gegeven moment over een visdagje met veel vis tussen afgestorven rietjes. Die
zijn alleen met de vlieg te vangen. Je conclusie is dan: je gaat een dagje
brasemen of je gaat een dagje met de spinner de polder in, maar je
vliegenhengel neem je wel mee, maar gebruik je incidenteel.
Je bedoelt dat je wel een dagje op de karper gaat maar niet
dat je een dagje gaat vliegvissen. Dat heb ik toen geschreven en dat is
steeds heviger geworden. Op een bepaald moment heb ik me gerealiseerd, dat ik
tijd aan het verknoeien was. Stel dat we de polder ingaan, met een licht
spinnertje, dat doe ik heel erg graag, of swingtipvissen, dat doe ik ook heel
erg graag.
Kun je je niet voorstellen dat je zo met een vliegenhengel
de polder ingaat?
Niet meer, nee niet meer. Ik geloof, je moet er alleen over
nadenken, het zijn geen feiten, er zijn bepaalde perioden in je leven, een
periode dat je kinderen wilt en ze ook krijgt, daarmee moet je niet twintig
jaar wachten, dan ben je te laat, zo in 1952, 1953 begonnen voor mij leuke
tijden, dat was na het verschijnen van "Flitsend Nylon". Ik was
toen een van de weinigen, die een beetje met de vliegenlat overweg kon. Ik
had toen een castingclubje opgericht en we gingen ook naar het buitenland.
Daar ontmoette ik de grote jongens, Goddard, gooide vanaf de grond 60 á 65
meter, Ritz, toen had ik het gevoel dat ik een beetje kon werpen, maar ik had
nog nooit een vis gevangen, nog steeds niet, toen ben ik in mijn eentje op
een dag naar de Bijlmer gegaan, ik zal het nooit vergeten, met een zwart
vliegje, toen heb ik mijn eerste voorntje gevangen. Er waren gelukkig geen
mensen bij, die hadden gedacht dat ik idioot was geworden. Ik heb met mijn
armen in de lucht gestaan van: Het gaat hier gvd ook, het gaat hier gvd
ook."
Op dat moment was er in Nederland niemand die met een vlieg
op voorn viste??
Er was niemand. Mijn eerste stap is geweest en dat was
direct na de oorlog, toen raakte ik in contact met de oude Kuiper, die
importeerde toen splitcane‑blanks uit Frankrijk. Ik kwam in contact met
Snel, die importeerde stalen hengels van Apollo. Het was de splitcane
periode. Toen heb ik aan Roelfs gevraagd, Roelfs van B & R , is er in
Nederland iemand die mij werpen kan leren? Ja, zei Roelfs, ik weet dat Wil
Koolwijk, die is clown en komt over de hele wereld, en ik heb gehoord dat die
met de vlieg vist op zalm. Een paar maanden later zei hij ik heb Wil Koolwijk
aan de telefoon, je moet maar komen op een zondagochtend. Toen heb ik hem
gebeld en toen ben ik naar hem toegegaan en dat was de eerste keer dat ik een
vliegenlat in mijn handen had. Die heeft mij de grondbeginselen bijgebracht.
Daarna ontmoette ik de grote jongens zoals Creuchevaux en Ritz en Edwards,
die had een castingclub in Engeland. Die hebben mij er ingevloekt. Daardoor
kreeg ik een heel behoorlijk werpniveau. Het verschil tussen Ritz en
Creuchevaux was: Ritz was een visser, Creuchevaux was een werper, die kon
niet vissen, maar Ritz kon niet werpen.
Groot visser met de vlieg ben ikzelf nooit geweest. Ik heb
veertien dagen gevist met Hans Gebetsroither. Met hem was ik een uur aan het
lullen, toen zegt hij: "Wij gaan vissen, wij gaan vissen." Hij liep
al dertig jaar aan de Traun. Die heeft me dingetjes geleerd met de vlieg ik
ken ze niet meer, hier heb je een stroompje en daar een struikje, dan erlangs
gooien, die vlieg kwam dan eventjes met een boogje onder het struikje, en dat
deed hij dan tien keer. Je moet langs zo'n rivier geboren worden dan word je
vliegvisser. Als je af en toe eens naar Ierland gaat en zo dan leer je het
nooit.
Maar hier in Nederland dan?
Ja hier in Nederland is er geen barst aan. Het is wel leuk,
maar het is niet moeilijk. Met een nimf helemaal niet. Je stampt hem er maar
in en boem en het hangt.
Er zijn ook dagen, dat het anders is.
Ja natuurlijk en op die dagen moet je geen vliegenhengel in
je handen nemen, dat is zonde van je tijd. Dat bedoelde ik ja. Op hetzelfde
niveau ligt het volgende: ik heb wat uren verspild aan de zalm in Ierland. Ik
wou zalmvissen. Zo moet je dat niet doen. Ben je belazerd. Je komt 's morgens
bij die rivier, dan zie je twee Ieren op die brug staan, dan ga je koffie
drinken, en dan 's middags dan zie je er vijf lopen langs de rivier en dan is
de zalm er. Dan moet je gaan vissen. Dan vang je ze, aan een sigaar, aan een
streamer, aan een devon, aan kuit, want ze doen het. En om vijf uur is het
afgelopen en dan moet je zorgen dat je er drie, vier of vijf hebt. Als die
Ieren niet vissen, moet je ook niet gaan vissen.
Er zijn Ieren bij die vissen met bamboe, bamboe uit één
stuk. Met ogen vastgezet met isolatieband en met 50/100 en die grote lepels.
Met die kleintjes vang je tien keer meer, maar zij kunnen die kleintjes niet
gooien met hun 50/100. En ze hebben 50 nodig, want ze lopen ze der uit.
Behalve schrijver en visser ben je natuurlijk ook
hengelbouwer.
Jongen daar kan ik niet van slapen. Maar ik sta met mijn
beide benen op de grond, want het is parels voor de zwijnen gegooid. Er zijn
zo weinig mensen die het kunnen waarderen, dus zo weinig die het kunnen
beoordelen. Af en toe krijg ik de ziekte erin. Je moet eens als enige in
Nederland een hengel gaan maken met een bus. Terwijl niemand ze leveren kan.
De mensen die dat werkelijk waarderen is gelukkig groot genoeg voor ons, maar
het is een heel klein groepje.
P. R. heeft nog twee van jouw ultralichte hengeltjes. Een
rood en een groen hengeltje.
Dat rode is van massief glas. Dat is dertig jaar oud dat
hengeltje. Bloed zweet en tranen. Want dat is met de hand gemaakt. Dat is
helemaal met de hand op maat geschuurd. Ik heb er geloof ik tien of twaalf
gemaakt. In de laatste vijf jaar heb ik er een stuk of zes zeven in mijn
handen gehad nog. Van klanten die er iets mee hadden, nog steeds een mooi
hengeltje. Ik ben een rare klootzak, je moet tegen mij nooit zeggen het kan
niet. Er was eens een jongen die zei van massief glas kan je geen
vliegenhengel maken. Ik heb een drietje aan de zaak van massief glas. Je moet
eens kijken hoe dat gooit en hoe dat in de hand ligt en hoe dat buigt jongen.
Ik moest eens effe laten zien dat ze geen gelijk hadden. Over de hele lengte
een eigen tapering schuren. Soms werd het te heet en dan brak het af en dan
begon ik weer opnieuw. En dan moest je ze rood maken of groen, want anders
zagen ze dat het massief glas was en dan kon je ze niet verkopen.
In 1977 heb je een artikel gemaakt voor Vissport over
swintip‑vissen op de Engelse manier. Dat kraak je in dat artikel
helemaal. Tien jaar later schrijf je heel enthousiast over swingtip‑vissen.
Wat is er in die tien jaar gebeurd?
Zal ik je vertellen wat er gebeurt bij iedere visserij. Je
moet ergens beginnen. Het eerste wat ik gedaan heb is een boekje besteld
"Swingtip vissen" heette het geloof ik. Daar heb ik mijn conclusies
uit getrokken. De hengel moet stijf zijn stond daarin, daar kan ik inkomen je
vist op 20 meter afstand. Dat ga ik dan proberen. Met een rieten tip en zo,
maar dan zit je te vissen dan onderga je iets, je leidt er dingen vanaf, je
zit zo en ja het is het niet helemaal. Als ik het nou zo doe zou het dan niet
veel beter gaan. Punt één die hengel. Ik ving vissen daaraan, van mij hoefde
het zo niet. Je kon gewoon dertig of veertig gram met die hengel gooien. Dus
een hengel die nog zwaarder is dan een zalmhengel. Toen ben ik gaan
overdrijven, ik had nog een vliegenhengeltje staan, dat was een splitcane
hengeltje dat was zo slap als de pest, dat was van splitcane als je dat op
maandag in een pot zette en je zorgde ervoor dat het iedere dag een scheutje
water kreeg, dan had hij binnen veertien dagen knoppen. Ik maakte van dat
hengeltje een swingtip‑hengeltje, want ik wilde weten of die Engelsen
gelijk hadden. Ik sloeg ook wel mis met dat hengeltje maar toevallig heb ik
er een paar leuke brasems mee gevangen. Dat was vissen. Volgens mij hoefde
het helemaal niet zo stijf te zijn, alleen wat langer want dit was een beetje
kort. Daarna zijn we gaan experimenteren. Met allerlei tipjes en hengeltjes.
Even iets heel anders. Waarom moest Vissport verdwijnen?
(In het toch al redelijk gerimpelde gezicht trekken de
rimpels even pijnlijk samen.)
Dat is niet voor publicatie geschikt. Dat was een pure
interne aangelegenheid. ......................
Op een gegeven moment is Ketting ook uit Vissport gestapt.
Waarom eigenlijk?
(Het antwoord is niet meer dan een onderaards gemompel
tussen zijn tanden en zijn pijp.) Zullen we dat maar verder laten zitten? Dat
is misschien maar beter. Je komt in ons vak zoveel jaloezie tegen. Ik ken
mensen die verbranden zichzelf aan eerzucht. Als ik je zou vertellen wat ik
meegemaakt heb. Dat kan je absoluut niet verzinnen. Dat kan je dan op een
bepaald moment niet meer in je balpen houden.
Dat komt dan in een paar boeken terecht. Als lezer denk je
dan: dat stuk interesseert me niet zoveel.
Nee dat is zo. Je schrijft voor jezelf. Dat moet je niet
doen. Ik doe het ook niet meer. John heeft dat ook wel eens tegen mij gezegd:
"Wat heeft dat nou voor zin laat ze toch. Moet je niet doen. Ik begrijp
het wel maar moet je niet doen."
Een aantal mensen in Nederland wil ook hun product verkopen,
hoe dan ook.
Moet je eens luisteren ik ben niet gek. Als jij nou tegen
mij zou zeggen (op deze leeftijd trap ik daar niet in natuurlijk), stel dat
ik dertig jaar jonger was en je komt hier langs en je zegt: "Schreiner,
ik wil je wat vragen, ik kan twee dingen doen, ik kan een restaurantketen
opzetten met dat idee speel ik, want ik heb 80 miljoen te investeren, maar ik
kan ook een hengelfabriek opzetten, wat denk jij daarvan?" "Dat
hangt ervan af wat je wilt produceren." "Ja meneer ik wou
eersteklas hengels gaan produceren." "Dat moet je niet doen,"
zou ik zeggen, "tachtig miljoen om eersteklas hengels te produceren,
want laten we wel wezen, vijfennegentig procent van alle vissers heeft geen
klote verstand van hengels." Maar ze kopen ze wel en die kijken alleen
maar naar het prijskaartje. Dat is de enige maatstaf die ze hebben. "Als
u hengels wilt gaan produceren moet u dat voor de massa doen." Dus die
hengelfabrieken hebben volkomen gelijk: er is geen andere manier. Er worden
per jaar miljoenen hengels gemaakt en die moeten verkocht worden. Die verkoop
je niet aan een paar idioten in Frankrijk of in Nederland. Die verkoop je aan
de massa. Ik ben volkomen onbelangrijk voor die massa. Dat ze me aanvallen is
natuurlijk waanzinnig. Ze sturen een leger olifanten op een mug af.
Zijn er eigenlijk boeken van je vertaald?
Eén. Een encyclopedie in het Frans. Duitsland is natuurlijk
een gigantisch gebied. Wat wij dertig jaar geleden modern vissen noemden ....
Ik las toevallig in Der Blinker dat is van verleden jaar, dat is niet van
twintig jaar oud. Daar schrijft een brasemexpert hoe die vist en wat je er
voor moet gebruiken: een dertig grams matchhengel en een lijn tussen de
20/100 en 30/100. De Duitser heeft geen gevoel voor ons vissen. Hun kennis
van vissen is net zo groot als hun gevoel voor humor. Die mop ken je wel??
Het dunste boekje ter wereld?
…………………….Vijfhonderd
jaar Duitse humor.
Ruard Janssen
(Dit is een interview dat ik in
1991 heb gehouden met Jan Schreiner in zijn huis in Purmerend. Het boek over
die lichte lijnen is verschenen in 1998 en heet: De werphengel als volmaakt
vistuig. Het hoofdstuk “Prestaties met dunne lijnen” gaat over het vissen met
dunne lijnen. Het boekje wat hij niet
meer vinden kon heet: Vissen met de vlieg.
Het interview is eerder verschenen
in De Poldernimf, huisorgaan van De Poldervlieg.)